Eigenlijk was ik op dat moment al van plan om te stoppen.
Mijn zadel had ik zelfs al weggegeven — zo ver was het al gekomen.
Na al die jaren was ik ondertussen “den ouwe van de ploeg” geworden.
Ik had toen ook al de Veteranenbonnen van Bernard Jongenelen overgenomen maar stond erop om zondags strondschepper te blijven.
Na verschillende rondes bloten nek trok ik uiteindeijk de kop - na serieus sleuren.
In 1977 ben ik samen met Walter Vanhout en Alex Wils beginnen meerijden (het jaar waarin Constant Brusten voor de allereerste keer koning werd - bij de veteranen).
Na een lange pauze begon het terug te kriebelen en volgde mijn comeback.
De laatste keer keizerschap (in Ekeren) zat er nog drie, misschien vier man achter mij voor de kop getrokken werd.
In die strijd heb ik mijn elleboog volledig vernield.
Twee weken later volgde een zware operatie: het collateraal ligament moest volledig opnieuw op het bot worden vastgepind in mijn elleboog.
Maar stoppen? Nee.
Want wij geven niet op.