Brusten Constant

Onderstaande teksten zijn gebaseerd op de Ganzerijden On-Line Nieuwsbrief nr. 1 / Mei 2013.

Van de stad naar de Polder

Een gesprek met Stan Brusten is altijd boeiend en verhelderend.

De geboren Antwerpenaar, die opgroeide aan de Vlaamse Kaai, staat bekend om zijn rechtuitheid en neemt nooit een blad voor de mond.

Begin jaren zeventig verruilde Stan de Antwerpse Luchtbal voor de Polder.

Hij was op zoek naar een café om uit te baten en vond dat eind 1974 in het Gildenhuis op de Botermarkt in Zandvliet.

Dat café was niet alleen zijn nieuwe werkplek, maar ook het lokaal van de Jonge Ruiters.

Hoewel Stan in de zomer wel geregeld in het Fort van Lillo kwam, was de ganzerijdersfolklore voor hem grotendeels onbekend.

Via het Gildenhuis maakte hij er voor het eerst echt kennis mee. De traditie sprak hem onmiddellijk aan en al snel besloot hij zich aan te sluiten bij de Veteranen.

Die keuze lag voor de hand: op carnavalszondag, wanneer de Jonge Ruiters op de Botermarkt reden, was Stan als café-uitbater onmisbaar in het Gildenhuis.

Een bliksemstart als ganzerijder

Stan nam in 1976 voor het eerst deel aan het gansrijden.

Zijn debuut bleef niet onopgemerkt, want al snel volgden de eerste grote successen.

In 1977 en 1978 kroonde hij zich twee jaar op rij tot koning, telkens op hetzelfde paard waarop ook Alfons Gabriëls zijn grootste overwinningen behaalde.

In die jaren reden de Veteranen nog op een braakliggend terrein tegenover café Welkom, in de volksmond beter bekend als "Mieke van 't Hoekske".

Daar legde Stan de basis voor een indrukwekkende carrière die hem later een vaste plaats in de geschiedenis van de Polder zou bezorgen.

Meer dan een cafébaas

Stan was veel meer dan alleen café-uitbater. In die periode maakten de regerende koningen automatisch gedurende één jaar deel uit van het bestuur van de maatschappij. Voor Stan bleef het echter niet bij die verplichte termijn: hij engageerde zich uiteindelijk meerdere jaren als bestuurslid.

Daarnaast vertegenwoordigde hij de vereniging ook binnen de Polderbond. In 1980 nam hij afscheid van het Gildenhuis. Enkele jaren later werd hij uitbater van De Leeuw van Vlaanderen aan de Zandvlietse Hoek, een functie die hij ongeveer drie jaar uitoefende. Rond dezelfde periode verhuisden de Veteranen van hun terrein aan de Putsebaan naar de Botermarkt.

De terugkeer van een kampioen

In 1988 verliet Stan Zandvliet en vestigde hij zich in Hoboken.

Toch bleef de band met de Polder bestaan.

Na een afwezigheid van vijftien jaar keerde hij terug, en daarmee kreeg ook zijn ganzerijdersverhaal een nieuw hoofdstuk.

Zijn comeback werd bekroond met twee nieuwe koningstitels, in 2007 en 2010.

Vooral het koningschap van 2007 kende een bewogen verloop en verliep allerminst zonder hindernissen.

Het volledige verhaal daarvan werd uitvoerig beschreven in de editie van Gazet van Antwerpen van 13 april.

De oudste koning uit de Polder

Stan schreef geschiedenis toen hij in 2010, op 67-jarige leeftijd, zijn laatste koningskroon veroverde.

Daarmee is hij nog steeds de oudste koning die de Polder ooit heeft gekend.

Michaël Schröder werd diezelfde dag koning bij de Jonge Ruiters
Omdat het ganzerijden door de sneeuw met een week werd uitgesteld, reden beide maatschappijen uiteindelijk op dezelfde dag.

Stan zijn indrukwekkende loopbaan bracht hem bovendien negen keer naar het keizerschap.

Die reeks begon in 1977 in Berendrecht en eindigde in 2012 in Lillo.

Veteraan zonder paard maar op motor

Gansrijderspensioen voor viervoudig koning Stan Brusten (70)

Stan Brusten of Stan van ’t Gildenhuis reed vorige maand op zijn 70ste voor de laatste keer de gans. Het paard blijft op stal, maar de motor en de mobilhome zeker en vast niet. De veteraan van de Zandvlietse gansrijders werd vier keer koning.

Stan werd vier keer koning bij de Veteranen van de Zandvlietse gansrijders. In 1977, 1978, 2007 en 2010 zette hij de kroon op. Drie jaar geleden werd hij de oudste koning ooit in de Polder. Vorige maand reden ook zijn zoon, schoonzoon en vriend van zijn kleindochter mee. “Vier van dezelfde familie, dat deed me wel wat. Als 70-jarige ruiter meedoen, liet me ook niet onberoerd. Maar nu is het tijd om er een punt achter te zetten.”

Als sinjoor verzeilde Stan in de jaren zeventig in Zandvliet, waar hij zes jaar café ’t Gildenhuis openhield.

“Dat was de thuisbasis van de Jonge Ruiters van de gans. Het gansrijden was me toen onbekend. Maar als cafébaas ondervond ik onmiddellijk hoeveel het gansrijden betekent in de Polder. Het is tegelijkertijd het kloppend hart en de ziel van de polderdorpen. Het was dan niet moeilijk om me te laten overhalen mee te doen. De eerste deelname was om het gansrijden te leren kennen van op een paard. Met mijn tweede deelname in 1977 reed ik op het paard van de legendarische gansrijder Fons Gabriels, de man die zeven keer keizer werd. Het zat mee en ik pakte mijn eerste kop. Het jaar daarna op hetzelfde paard deed ik het opnieuw.”

Stan staat op en pakt een glazen doosje van de kast.

“Dat is de ganzenkop van 2007. Ik liet hem in Nederland opzetten, omdat ik dat mijn mooiste titel vond. Dat jaar reed ik met nummer 13. In de voormiddag viel ik van mijn paard, omdat het zadel niet goed was vastgemaakt. Ik bleef met één been in de stijgbeugel hangen en werd een eindje meegesleurd. Mijn benen zaten stevig ingepakt en ik voelde wel even dat het pijn deed, maar dat ging over. Die late namiddag werd ik koning. Maar mijn been begon echt pijn te doen en ze voerden me naar het ziekenhuis. De dienstdoende arts was erg boos op deze koning. Bij het vallen had ik een grote gapende wonde opgelopen. Ik kreeg de nodige verbanden en medicatie mee, want drie dagen later vertrok ik met twee vrienden met de motor naar Kroatië.”

Ondertussen schafte Stan zich ook een motorhome aan.

“Kunnen we erop uit wanneer we willen!”

In het gansrijdersseizoen blijft Stan thuis.

“Ik ben wel geen ruiter meer, maar hulp kan men bij het gansrijden altijd gebruiken,” weet hij als geen ander.

Erik Vandewalle / Gazet Van Antwerpen